Al fresco en al secco

Giulio Romano, 1532-34, Fresco, Sala dei Giganti, Palazzo del Tè, Mantua
Giulio Romano, 1532-34, Fresco, Sala dei Giganti, Palazzo del Tè, Mantua

Palazzi, kerken, kloosters en kathedralen. Allemaal zijn ze versierd met fresco’s. Heb je er al eens bij stilgestaan wat de fresco-techniek precies inhoudt? Wat is het verschil tussen de techniek van het schilderen al fresco en al secco? 

Wat is schilderen al fresco?

Bij het schilderen al fresco is de verf direct op het natte pleisterwerk aangebracht. Hierdoor is het een moeilijke en tijdrovende techniek. Maar hoe wordt een fresco precies opgebouwd?

Hoe fresco’s opgebouwd dienen te worden, werd al in de vijftiende eeuw perfect beschreven door Cennino Cennini. Volgens Cennini diende op een gemetselde muur eerst een ruwe pleisterlaag aangebracht te worden, de zogenaamde arriccio. Hierna volgde soms een tweede laag met een extra hoeveelheid zand door het pleister gemengd. Hierop werd met houtskool een schets gemaakt.

Was de schets eenmaal goedgekeurd, dan werden de hoofdlijnen van de figuren overgeschilderd met okerverf, vermengd met sinopia, een roodbruin pigment. De kleurstoffen waren afkomstig uit Sinope, een stad aan de Zwarte Zee in het huidige Turkije.

Tot slot werd de sinopia bedekt met een dunne witte pleisterlaag, de intonaco. Door de sinopia schemerde de ondertekening nog door de natte pleisterlaag heen. Het pleisterwerk was nu helemaal klaar voor het fresco!

Hoe werden ondertekeningen gemaakt?

Bij het maken van de ondertekening stond de kunstenaar echter wel voor een uitdaging. Hoe kreeg hij zo snel mogelijk een tekening op de kalklaag? De kunstenaar maakte soms gebruik van de spolvero-techniek. Hierbij werd een werktekening op ware grootte gemaakt. De lijnen van de tekening werden ingeprikt met duizenden gaatjes en vervolgens werd het papier tegen de wand gehouden. Wanneer nu zwarte houtskool over het papier werd geblazen, verscheen de tekening in fijne stippellijnen op de muur.

Een andere mogelijkheid was om een karton, een tekening, op ware grootte te maken en deze op de juiste plaats tegen de natte intonaco te houden. Vervolgens kon de kunstenaar de omtrekken van de figuren met een graveernaald door het karton heen in de muur krassen.

Een derde optie was het kwadreren, waarbij de kunstenaar een raster tekende op zijn ontwerptekening, en een groter raster op de muur, waardoor hij met de vierkanten als hulpmiddel snel de voorstelling op de muur kon tekenen.

Leuk detail: omdat de verf in de loop der tijd vaak doorzichtig is geworden, kan je tegenwoordig deze ondertekeningen en stippellijnen soms door de verf heen zien schijnen. Ook de krassen in de kalk kan je nog zien. Ga er maar eens naar op zoek!

Padua, Cappella degli Scrovegni, Giotto's fresco van het Laatste Oordeel
Padua, Cappella degli Scrovegni, Giotto’s fresco van het Laatste Oordeel

Waarom moest de kunstenaar snel werken?

De muur moest voorbereid worden met verschillende lagen kalk en verf en vervolgens moest de kunstenaar zijn schildering voltooid hebben voordat de natte pleisterlaag droog was. Op dat moment vormde de verf namelijk één geheel met de kalk en hierna was het erg moeilijk om nog veranderingen aan te brengen.

Het probleem was dat sommige fresco’s enorm groot konden zijn. Omdat het pleisterwerk in één dag opdroogde, bracht de kunstenaar precies zoveel kalk aan als hij in een dag, una giornata, kon beschilderen. Het stukje fresco dat een schilder per dag creëerde wordt dan ook giornata genoemd.

Ook leuk: de giornate, de stukken die per dag beschilderd konden worden, zijn vaak ook te herkennen. Je kan de overgang van de kalklagen zien en hierdoor ontdekken uit hoeveel giornate een fresco bestaat.

Wat is schilderen al secco?

Tijd om te twijfelen of wijzigingen aan te brengen, was er vaak niet. De kunstenaar moest er dus goed over nadenken welk oppervlakte hij op een dag kon schilderen maar ook hoe de kleuren na het opdrogen van de pleisterlaag zouden zijn.

Wat nu als er toch een foutje was gemaakt bij het schilderen? Dan kon de kunstenaar gelukkig nog al secco aanpassingen maken. Bij deze methode werd geschilderd op secco (droog) pleisterwerk, en werden de pigmenten in een bindend medium opgelost, zoals ei. De verfsoort droogde mat op, waardoor de wijzigingen niet al te veel afweken van het al fresco geschilderde werk.

Medici wapenschild op een fresco in het Palazzo Pitti, Sebastiano Ricci, 1707
Medici wapenschild op een fresco in het Palazzo Pitti, Sebastiano Ricci, 1707
More from Aniek Rooderkerken

Franciscus, Sacro Monte en het Ortameer

Sacro Monte… een heilige berg? Je vindt deze in Noord-Italië. Felicia Dekkers...
Read More

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *