Mythen in Marmer gevangen; de kunstcollectie in de Villa Borghese

Gianlorenzo Bernini, Buste van Scipione Borghese, 1632

Een groot deel van de beeldhouwwerken en schilderijen die zich in de Galleria Borghese in Rome bevinden, vindt zijn oorsprong in de kunstcollectie van kardinaal Scipione Borghese, neef van Paus Paulus V. Hij was een enthousiast verzamelaar van antieke en renaissancistische werken maar bevorderde ook de verwezenlijking van nieuwe sculpturen om te concurreren met de antieke werken. Aan de jonge Gianlorenzo Bernini gaf hij opdracht tot het creëren van de sculpturen Aeneas, Anchises en Ascanius, de Pluto en Proserpina, de Apollo en Daphne en de David. Waarom zou de kardinaal, die die belangrijke functies bekleedde aan het Pauselijk Hof, opdracht hebben gegeven voor deze werken, die gebaseerd zijn op heidense thema´s welke hun oorsprong vinden in de literaire werken van Vergilius en Ovidius? De komende dagen zullen wij hierom nader ingaan op deze vier beeldhouwwerken, die we kunnen beschouwen als de trekpleisters van de Villa Borghese. Maar vandaag maken wij eerst kennis met kardinaal Scipione Borghese en zijn omvangrijke kunstcollectie.

Scipione Borghese

In het zeventiende eeuwse Rome waren de Borghese één van de meest invloedrijke families van de stad. In 1605 werd Camillo Borghese verkozen tot paus Paulus V, een gebeurtenis die niet verkeerd uitpakte voor de familie. Paulus V was niet vrij van nepotisme en om de macht en het kapitaal van de familie te vergroten, plaatste hij verschillende familieleden op prominente posities. Zo ook zijn neef Scipione (1577-1633), die was geboren als Scipione Caffarelli, als zoon van Francisco Caffarelli en Ortensia Borghese. Zijn oom bood hem het kardinaalschap en gaf hem het recht de naam en het wapenschild van de Borghese te gebruiken. Ook positioneerde hij hem als segretario ai Brevi, secretaris van de paus, en het hoofd van La Consulta, het bureau dat de Pauselijke Staten beheerde. Scipione maakte goed gebruik van zijn positie, vergaarde een groot deel van het familiekapitaal door middel van pauselijke heffingen en belastingen en startte met de bouw van de Villa Borghese. Er is zelfs geen kardinaal die ooit zo veel belangrijke ambten bekleedde als hij!

Villa_Borghese_Rome

De Villa Borghese en Scipione’s kunstverzameling

Het landgoed van de Villa Borghese was het paradepaardje van de familie, een statussymbool als het ware. Hier konden ze zich -net als de andere welgestelde families deden- terugtrekken op hun landgoed buiten de stad, kon de familie hun nieuwe rijkdom tonen en de kunstcollectie van Scipione herbergen en tentoonstellen. Het landgoed was al sinds 1580 in het bezit van de familie, maar de invloed van Scipione zorgde ervoor dat het de huidige omvang bereikte. Hij kocht omliggende landerijen en wijngaarden, legde het park aan en liet het Casino Nobile bouwen. Dit casino was bestemd voor de kunstcollectie van de familie en dit mocht iedereen zien. Ter decoratie van de façade van het Casino plaatste hij hierop in 1616 antieke reliëfs, busten en enkele beeldhouwwerken. De navolgende jaren zou Scipione een groot aantal antieke en hedendaagse busten, beelden en reliëfs kopen en onder andere Bernini de opdracht geven voor het vervaardigen van nieuwe. De kardinaal was een enthousiast verzamelaar van schilderijen en beeldhouwwerken en Scipione´s juridische immuniteit als neef van de paus stonden hem toe om gewetenloze middelen als afpersing te gebruiken, met het oog op zijn wens om nieuwe kunststukken te verzamelen.

Naast Borghese’s liefde voor de kunst was er echter nog een tweede, meer belangrijke, reden voor de kunstverzameling. Hoewel de Borghese inmiddels de belangrijkste familie in de stad was, konden ze zich niet beroepen op een oude Romeinse afkomst. De Borghese waren immers ‘slechts’ afkomstig uit Siena, enkel de moeder van Paulus V was van Romeinse afkomst. Zij omringden zich dus met antieke kunstwerken in de villa en antieke reliëfs, bustes en beelden van goden die de façade sierden. Het mooiste voorbeeld hiervan is wel het plafondfresco van Giovanni Lanfranco welke een veelheid aan Olympische goden toont, maar ook centraal de symbolen van de familie Borghese; de adelaar en de draak, respectievelijk aan Jupiters voeten en op Mars´ helm. Iedere centimeter van het fresco probeert de familie Borghese in verband te brengen met de Olympische Goden die de Romeinse keizers beschouwden als hun voorouders. Hiermee trachtten ook de Borghese aanspraak te maken op een Romeinse afkomst.

Giovanni Lanfranco, De Goden van de Olympos, 1624-25

Giovanni Lanfranco, De Goden van de Olympos, 1624-25

Laat een reactie achter!