Mythen in marmer gevangen: Apollo en Daphne

Gianlorenzo Bernini, Apollo en Daphne, Villa Borghese Rome

Om de ruimte op te vullen die was achtergelaten door het schenken van de Pluto en Proserpina aan Ludovici gaf kardinaal Scipione opdracht aan Bernini tot het maken van de Apollo en Daphne. Ook dit beeldhouwwerk verbeeldt een passage uit de Metamorphosen van Ovidius. Volgens de mythe zou Apollo Cupido beledigd hebben door het afpakken van diens pijl en boog waarmee Cupido mensen verliefd maakt. Als reactie hierop laat Cupido met één van zijn pijlen Apollo verliefd worden op de nimf Daphne. Op haar schiet hij juist een pijl af die het liefdesvuur dooft. Wanneer Apollo Daphne ziet in het bos, loopt hij haar achterna. Daphne vlucht met Apollo achter zich aan, totdat ze bij een water uitkomt. Hier vraagt ze haar vader te hulp die haar op het fatale moment waarop Apollo haar inhaalt laat veranderen in een laurierboom.

“Haar krachten zijn ten eind, ze ziet doodsbleek, is uitgeput
van ’t snelle gaan, en omziend naar het water van Peneius
roept ze: ‘Ach, vader! Help me! Een riviergod heeft toch macht?
Bevrijd me van dit lichaam dat me veel te mooi deed zijn!’
Haar klacht weerklinkt nog, als een starre stijfheid haar bevangt:
haar zachte borst wordt door een dunne laag van schors omsloten,
haar armen groeien uit tot takken en haar haar tot loof,
haar voeten, eerst zo snel, zijn nu verstokt tot trage wortels,
Haar hoofd wordt kruin. Haar gratie is het enige wat rest.
Nog steeds bemint Apollo haar, zijn vingers langs de boomstam
Voelen haar hart nog sidderen onder de nieuwe bast
En met zijn armen om haar takken heen, als om een lichaam,
Kust hij het hout, maar zelfs dat hout buigt van zijn kussen weg.”

Net als bij de Pluto en Proserpina wordt het verhaal geleidelijk aan onthuld aan de beschouwer. Toen ik het beeldhouwwerk voor de eerste maal zag in de Villa Borghese, zag ik de rug van Apollo, die zich nog onbewust is van Daphne’s lot. De dynamische houding van Apollo maakte me nieuwsgierig en ik liep om het beeld heen, waardoor langzaam de rennende figuur van Daphne zichtbaar werd. Eerst zag ik de ronde vormen van haar lichaam, maar toen ik verder keek zag ik de angst op het gezicht van Daphne en zag ik haar handen veranderen in twijgen. Eenmaal voor het gezicht van Daphne staand zag ik de volledige metamorfose; Daphne’s vingers en haren veranderen in twijgen en om haar benen vormt zich al schors. Op het gezicht van Apollo is het schrijnende gevoel van verlies te lezen. Daphne’s nog bewegende haar op het moment dat de bladeren ontkiemen, toont haar plotselinge stilstand tijdens haar vlucht. Daphne is energiek, maar vastgenageld aan de grond. Hiermee is het een sterke visualisatie van Ovidius’ metamorfose, een verhaal dat enkel begrepen kan worden als het in delen wordt beschouwd.

De geleerde en kunstlievende kardinaal Maffeo Barberini plaatste op de sokkel echter een Christelijke moraal; Quisquis amans sequitur fugitivae gaudia formae | Fronde manus implet baccas seu carpit amaras, vrij vertaald ‘De geliefde die enkel de vluchtige vreugden der schoonheid navolgt, vult zijn handen met loof en zal bittere bessen proeven.‘ Door deze inscriptie was het niet langer ongepast dat Scipione als man van de Kerk weer een standbeeld met een heidens onderwerp had besteld, dat sommigen zelfs erotisch vonden. De regels herinnerden namelijk aan de morele betekenis van het werk, aan de vergankelijkheid van aardse schoonheid en de zedigheid van Daphne.

Verantwoording citaat:
Ovidius, Metamorphosen. Vertaald door M. d’Hane-Scheltema. Boek I, regels 543-556.

Gianlorenzo Bernini, Apollo en Daphne, Villa Borghese Rome
Gianlorenzo Bernini, Apollo en Daphne, Villa Borghese Rome
More from Aniek Rooderkerken

Een aperitief uit Crodo en heerlijke Crodino cocktails

Crodino is een van de meest bekende alcoholvrije drankjes in Italië. Het...
Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *